Werkloosheidsuitkering

Wat? 

Als je jouw werk kwijt bent, heb je mogelijk recht op een werkloosheidsuitkering. Dat is een uitkering die je krijgt als je een tijdlang in loondienst gewerkt hebt.  

Voorwaarden: 

Je hebt recht op een werkloosheidsuitkering als je in de periode voordat je werkloos werd, een bepaald aantal arbeidsdagen gewerkt hebt in loondienst. Arbeidsprestaties als zelfstandige tellen niet mee. Als je zelf ontslag neemt en meteen een uitkering aanvraagt, heb je meestal geen recht op een uitkering.

Hoe? 

Stap zo snel mogelijk naar jouw uitbetalingsinstelling:

  • Jouw vakbond.
  • De Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen, voor wie niet aangesloten is bij een vakbond.

Neem jouw ontslagdocument (C4) mee als je dat al hebt. Jouw uitbetalingsinstelling bezorgt je de nodige documenten (waaronder een controlekaart), stelt een uitkeringsaanvraagdossier op en bezorgt dat aan de RVA. Je hoeft dus zelf geen contact op te nemen met de RVA. De RVA beslist dan of je al dan niet recht hebt op een uitkering.

Prijs? 

Het bedrag van uw werkloosheidsuitkering is afhankelijk van:

  • Het loon dat je verdiende toen je werkte.
  • Jouw gezinssituatie (alleenwonend, samenwonend of samenwonend met gezinslast).
  • Jouw beroepsverleden.

Volledig werklozen ontvangen tijdens de eerste drie maanden werkloosheid 65% van hun laatst verdiende loon. Tijdens de volgende negen maanden ontvangen ze 60% van hun laatst verdiende loon. Er is wel een loongrens van 2.466 euro per maand tijdens de eerste zes maanden en 2.298 euro voor de laatste zes maanden van het eerste jaar.

De uitkeringen zijn onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing. In principe worden de uitkeringen toegekend voor onbeperkte duur.